Groepsdynamica

Door Karin Elshout -van Gaal

Omdat onze NLP opleidingen in groepsvorm plaatsvinden leek het me zinvol om eens te bloggen over groepsdynamica. Groepsdynamiek / groepsdynamica  heeft twee betekenissen:

  1. Groepsdynamica is de wetenschappelijke studie van groepen.
  2. Groepsdynamica is een generieke term voor de processen die zich in groepen afspelen en de interventies die je kunt uitoefenen.

Iedere groep heeft te maken met een groepsontwikkeling en groepsdynamische processen. Of je daar als trainer nu bewust op aanstuurt of niet. Daarom is het van belang dat je daar als trainer van op de hoogte bent zodat je daar waar mogelijk of nodig, constructief op in kan spelen of op kunt anticiperen. Er zijn diverse schema’s ontworpen die pogen zicht en vat te krijgen op de ontwikkelingen die zich afspelen binnen een groep:

  • Het drie fasen schema volgens Bales en Strodtbeck (1951)groepsdynamica
  • De twee hoofdfasen volgens Bennis en Shephard (1956)
  • Het vijf  fasen model volgens Tuckman (1977)
  • Het vijf fasen model volgens Hartford (1971)
  • Het zes fasen model volgens Remmerswaal (1992)
  • Het vijf fasen model volgens Oomkes (2004)

Ik heb er de twee uitgelicht die mij het meest aanspreken en die mij het meeste helderheid verschaffen:

Groepsdynamica

De ontwikkeling van een groep volgens de theorie van Tuckman

1. Forming ( het vormen/ ontstaan van de groep)

  • Cursisten nemen een afwachtende houding aan. Er is nog geen groepsgevoel en de individuele posities en rollen zijn nog niet ingenomen.

2. Storming (de conflict-fase)

  • Het groep wordt hechter en de teamleden winnen aan vertrouwen. Zij durven zich naar elkaar uit te spreken. Toch is er nog teveel schroom om de eigen mening te uiten, uit angst om buiten de groep te vallen. De trainer heeft in deze moeilijke overgangsfase een begeleidende rol. Hij/zij  moet de teamleden stimuleren om vrijuit te spreken en voor elkaar open te staan. Een tolerante opstelling is daarbij van cruciaal belang. Daarnaast is het essentieel dat de cursisten mogelijke conflicten zélf oplossen. Pas dan kan de volgende fase worden ingegaan.

3. Norming (de norm of standaarden-fase)

  • De regels en methodes van samenwerking worden bepaald. De gemeenschappelijke teamdoelen vastgelegd en gedeeld. De belangrijke en minder belangrijke rollen zijn gedefinieerd. Er kan een start worden gemaakt met samenwerking. Let op: als er cursisten bij komen of afhalen, of er gebeuren ‘grote’ dingen tijdens een trainingsdag, dan zal de groep weer terug gaan naar de stormingfase. tuckman vijffasenmodel

4. Performing (prestatie fase)

  • De groep wordt nu een (h)echte groep, de groepsleden vullen elkaar aan. Er wordt harmonieus gewerkt naar het gemeenschappelijke doel.

5. Adjourning (uit elkaar gaan/ de afscheidsfase)

  • Het doel is behaald en de groep valt uiteen.

Remmerswaal beschrijft een schema bestaande uit zes fasen:

1. Voorfase

  • sociale omgeving van de groep staat centraal: contextniveau

2. Oriëntatiefase

  • hoofdaandacht voor de taak, doelstelling en werkwijzen van de gorep
  • positiebepaling ten aanzien van externe krachten
  • inhoudsniveau en procedurenievau staan centraal

3. en 4. Machts- en en affectiefasen

  • hoofdaandacht voor de onderlinge relaties in de groep
  • stellingname ten opzichte van elkaar
  • interactieniveau staat centraal

5. Fase van de autonome groep

  • hoofdaandacht voor de individuele groepsleden
  • standpuntbepaling met betrekking tot het eigen zelf in de groep
  • bestaansniveau staat centraal

6. Afsluitingsfase

  • taakgericht: afsluiten
  • sociaal-emotioneel aspect: afscheid nemen

Comments are closed.